Home > De Norbertijnen > Norbertijnse leven in Leffe
Het eerste doel van het apostolaat van onze kerken is de bevordering van deze éénwording in Christus, zowel naar binnen als naar buiten. De heilige Augustinus leert ons: de gemeenschap moet overvloeien van naastenliefde die zich uitstrekt over alle mensen.
Bij de uitoefening van het apostolische werk hebben wij niet allemaal dezelfde functie: “Want, gelijk wij in één lichaam vele leden bezitten, en de leden niet allen dezelfde functies, zo vormen wij, met velen, één lichaam in Christus, maar ieder afzonderlijk zijn wij elkaars ledematen.” (Rom 12,4-5). Ons pastorale werk moet dus collegiaal zijn.
Bij de keuze van de vormen van apostolaatswerk houdt de canonie rekening met de meest dringende behoeften van de Kerk en de hedendaagse wereld. Onze gemeenschappen zijn allereerst werkzaam in het bisdom waartoe zij behoren, maar zij zijn ook bereid om de universele Kerk te dienen.
Sedert het begin is onze orde getekend door de missionairegeest van de heilige Norbertus.
De zending van onze kerken bestaat niet alleen in het verkondigen van de blijde boodschap van Christus en zijn genade, maar zij moet ook de maatschappij doordringen van de geest van het evangelie om haar naar de volmaaktheid te voeren: wij moeten dus ook bijdragen aan de vorming van de mensheid in de naastenliefde. Tegenwoordig de discussie aangaan op het gevaar af van vragen en twijfel: dat is vertrouwen in God, en geloven dat zijn Woord echt bevrijdend werkt en alles wat het raakt kan omvormen.
De canoniale professie van de norbertijnen nodigt hen uit om beschouwing en actie nauw te verenigen bij de opbouw van een Kerk. In de abdij houden ze zich bezig met de liturgieviering en met verschillende oefeningen van contemplatie. Aan deze spirituele oefeningen voegen zij de uitoefening van het parochiaal ambt toe. Dit ambt kan verschillende vormen aannemen waarbij het bestuur van de parochie de meest frequente blijft. De parochiedienst is inderdaad gewoonlijk de meest opvallende karaktertrek van de norbertijnerstichting zonder dat dit het belangrijkste doel en nog minder het enige doel mag heten. Norbert Calmels, oud-abt generaal, heeft geschreven: “Norbertijnen zijn geen geboren pastoors. Sommigen bereiden zich voor op de prediking, op het leraarschap, anderen kunnen zich helemaal wijden aan wetenschappelijk onderzoek. Ze oefenen zeer verschillende functies uit en leven allen in de geest van hun stichter en ze zijn, door zichtbare en onzichtbare banden, verbonden met de orde. Het is niet de priester die zou vragen terug te keren in de wereld, die het meest geschikt is voor dit ambt, maar degene die in de stilte van zijn eigen cel zou willen leven. Beiden laten de keus over aan de wijsheid van de abt, en het is dus niet meer de verplichting van een individu maar de verplichting van een klooster: dat is nu zo bijzonder aan de heilige Norbertus en het stempel van zijn geest”. Deze conclusies vinden zowel hun toepassing en bevestiging in het verleden van de abdij van Leffe als in de huidige praktijk. Een bepaalde religieus, belast met een functie in het klooster, wordt naar een parochie gezonden. Een pastoor wordt teruggeroepen om het ambt van prior, provisor of novicemeester uit te oefenen. De meeste abten zijn eerst parochiegeestelijken en worden vervolgens prelaat van Leffe. Daardoor hebben ze eerst kunnen ervaren hoe het leven van hun religieuzen is, zowel in het klooster als daarbuiten.
[bijgewerkt op 04.11.05]
Om u aan de nieuwsbrief (in het Frans) van de abdij te abonneren, gelieve uw e-mail adres hieronder te schrijven:
Albert Lootvoet besloot in 1952, in samenwerking met de abt Nys, de brouwactiviteiten van de abdij van Leffe nieuw leven in te blazen, met behoud van de oude receptuur. (lees verder)
Wettelijke vermeldingen | Plan van de site | Administratie | Totstandkoming Artégo | RSS