De laatste maanden van het jaar verlopen gemakkelijk in een grauwe sfeer –door de weersomstandigheden, vanwege de politiek, door de levensduurte, vanwege de onzekere toekomst...Genoeg daarvan. - Ik leg een andere weg voor u open: die van de hoop.
Gedompeld in de advent, komen we snel bij het Kerstgebeuren. De adventsweken lopen vlug ten einde en het zal erom gaan onze werkelijke belevenissen erbij te betrekken. Deze zitten trouwens met hun wortels in een bodem vol verwachting. Voor wie in gemeenschap leeft - in Kerk, stad, wijk, familie, land...abdij - zit er een grote weelde in het leren “samen hoopvol vooruitzien”: daaruit zou verbondenheid moeten groeien, díé namelijk welke het hart van mens en God verblijdt. Maar, laten we met onze voeten op de grond blijven: “samen hoopvol vooruitzien” is als een echte bouwwerf. Willen we, - vreemdelingen die we zijn, - ertoe komen om broeders en zusters van elkaar te worden, dan zal Ons Heer er zich mee moeten inlaten en een wonder moeten bewerken! Wij, van onze kant, zullen ons moeten “omkeren” - in een blijvende inspanning. En dan, indien we hart en ogen open houden voor de toekomst welke de Heer openvouwt, ontdekken we méér dan we vermoedden of konden inbeelden: Gods eigen geluk bestemd voor ons! Dat is werkelijkheid.
Echt waar, de toekomst behoort hen toe die zich door de Hoop, als door hun kleine zus, gewoon laten meetrekken en overhalen tot een aanstekelijke rondedans. Daarin bestaat het aanbod van de Paus, bij de publicatie van zijn tweede encycliek “Spe salvi - bevrijd door de hoop”. De eerste encycliek herinnerde ons eraan dat God liefde is; de tweede herneemt in theologische en pauselijke termen hetgeen Péguy zo schoon over de hoop schreef in zijn ”Porche du Mystère de la deuxième Vertue”. De publicatie van “Spe salvi” viel samen met de opening van de advent.
Als een goede herder heeft Benedictus XVI voor ons, in de eerste vespers van de eerste zondag van de advent, een weg uitgetekend doorheen de advent. “De advent is bij uitstek een tijd van verwachting”, een verwachting op grond van een historisch gebeuren, dat evenwel de geschiedenis overstijgt: de persoon van Jezus van Nazaret. De mens heeft wel de vrijheid om aan die verwachting voorbij te gaan. Maar “wie zulks doet, heeft Gods waar gelaat niet gezien. Dat is door God geweten”, en daarom biedt hij ons een nieuwe kans, een nieuwe tijd...Daar ligt ook de betekenis van het nieuw liturgisch jaar dat aanvangt: een gave van godswege waarin Hij zich opnieuw wil laten kennen in het misterie van Christus, door zijn Woord en sacramenten”. Door de Kerk spreekt Hij nu de mensen toe. Voor wie die geen tijd meer maken voor Hem, biedt God een nieuwe tijd en ruimte, opdat ze tot zichzelf komen, zich in beweging zetten en opnieuw de betekenis van de hoop gaan vinden. Want “het is precies door het vertrouwen dat God in de mens stelt, dat de wereld kan vooruitgaan. Elk kind dat wordt geboren, is een teken van Gods vertrouwen in de mens”; daarin ligt een bevestiging voor “de mens die hoopt op een toekomst die uitmondt in Gods oneindigheid. Op die menselijke verwachting heeft God geantwoord, door zijn geboorte in de tijd, als een klein menselijk wezen.”
Wij werden wel geraakt door God in zijn bescheidenheid: hij stelde zich ten dienste van de mensen en maakte ons ontvankelijk naar Hem toe, bij de diakenwijding van onze medebroeder Hervé, op het feest van Christus Koning. Die wijding grijpt onze medebroeder diep aan, in zijn leven, zijn roeping, zijn antwoorden, zijn bewegen en gaan, nu en later. Het vraagt tijd om dat tot zich te laten doordringen. Die wijding blijft ook een gebeuren in de Kerk: het geheim van stille verbondenheid tussen God en de mensheid gaat door, binnen deze tijd en ruimte. Ze bloeit opnieuw in het hart, op het gelaat en door de handen van een nieuwe diaken binnen de Kerk...in onze kerk “Notre-Dame de Leffe”. Wees gedankt, Heer! Dank aan u, confraters! Dank u, medebroeder Hervé! En verder herinnert een diaken er ons aan, dat het leven van de Kerk bevloeid wordt door de geest van dienstbaarheid, die doorloopt als een gouden draad. Elke dag mogen we dat, in gemeenschap, al vaststellen, in vreugde en ook soms in pijn. Die diakonale geest ligt besloten in de voetwassing van Witte Donderdag, maar ook in een menigte van attenties, verontschuldigingen, oogopslagen...Dienst van het Woord en van de stilte, van de twee tafels; opwekking tot samenwerken onder het Godsvolk en - ook reeds - gewoon onder mensen; onderweg ook met jongeren voor hun geloofsvorming. De diaken staat in de frontlijn, om waterputten te graven in de woestijn, opdat broeders er de genade zouden halen waarop ze wachten, en waarop ook wij samen met u wachten, lieve bezoekers van onze site!
“De duistere deur van de tijd, van de toekomst, is wagenwijd geopend” (Spe salvi, n° 2): laten we er binnen gaan!
[bijgewerkt op 02.01.08]
Om u aan de nieuwsbrief (in het Frans) van de abdij te abonneren, gelieve uw e-mail adres hieronder te schrijven:
De abdij werd opgekocht door de reguliere kanunniken van Prémontré van de abdij van Frigolet bij Avignon. Zij vonden er hun toevlucht in 1903. (lees verder)
Wettelijke vermeldingen | Plan van de site | Administratie | Totstandkoming Artégo | RSS