De laatste bouw

Home > De geschiedenis > tot de uitwijzing van de gemeenschap

Bâtiments de l'ancienne ferme (1710, partie supérieure de la tour du XXe s.) Perpète Renson (1704-1743), een oud-priester uit Dorinne, trad in de voetsporen van zijn voorganger in de opgang naar een grotere religieuze perfectie. Vanaf het begin van zijn prelatuur bevorderde hij de vernieuwingen, bekend onder de naam “oude observantie”, ingevoerd in de eeuw daarvoor in een deel van de orde door de hervorming van Lotharingen onder abt Servais de Lairuels. Hij besloot de oorspronkelijke statutaire voorschriften in ere te herstellen, in het bijzonder de gelofte van armoede die op sommige punten milder was geworden. In 1707 schafte hij het spaargeld, dat persoonlijk werd toegekend aan alle confraters af, een voorrecht waar zijn voorgangers niet aan hadden durven tornen. Hij voerde de gemeenschappelijke kleding weer in, onder toezicht van een geestelijke die erover moest waken dat de broeders alleen werd verschaft wat ze redelijkerwijs nodig hadden. Deze vernieuwingen waren deel van een gedetailleerd programma met als doel de gemeenschap terug te brengen naar een grotere soberheid en naar een bescheiden leven dat beter zou passen bij de staat van geestelijke. In navolging van zijn voorganger aarzelde hij niet om degenen die geen stabiliteit in hun roeping vertoonden naar huis te sturen.

Ancienne grange (1710, transformations du XXe s.) Bovendien maakte abt Renson veelvuldig en verstandig gebruik van de spaargelden die zijn voorgangers en hij zelf verzamelden. De kerk en het klooster hadden veel te lijden gehad van de oorlogen en rampen in die tijd; abt Renson begon met het herstel. In 1705 liet hij de slaapzaal van de geestelijken opknappen; in 1707 vergrootte en verfraaide hij hun tuin. Tussen 1707 en 1710 kocht hij twee landgoederen dicht bij Ciney. In 1710 liet hij de voornaamste gebouwen zetten, molen, korenschuur, schuren. Vier jaar na deze niet onbelangrijke bouwwerkzaamheden gaf abt Renson bevel tot de volledige verbouwing van de kerk en legde de eerste steen hiervoor op de dinsdag na Pasen, 3 april 1714. Toen de werkzaamheden waren beëindigd, in mei 1719, ontving men op de 16e van deze maand het bezoek en de felicitaties van de prins-bisschop van Luik die de kerk zou komen inwijden op 23 juli. Maar omdat de prelaat toen ernstig ziek was geworden, stuurde hij de bisschop van Namen, Ferdinand-Paul.

Porche de l'ancienne église abbatiale (1715) De kerk uit 1714 was tweehonderd voet lang bij tachtig breed en was door twee rijen Dorische zuilen verdeeld in drie beuken; de middenbeuk was bijzonder hoog. Het koor was versierd met uitgesneden medaillons die de heiligen van de orde van Prémontré voorstelden, en onder het marmer van het priesterkoor bevond zich een crypte uit de 12e of 13e eeuw, gedragen door een dubbele rij pilaren. Twee soorten pilasters verfraaiden het portaal, bekroond door een fronton. De lambrisering was een fraai stuk timmer- en beeldhouwwerk, met de vier evangelisten en de vier grote kerkleraren van de Kerk op ware grootte. De ondervleugels waren versierd met zeer mooie geschilderde voorstellingen uit het leven van de heilige Norbertus.

Perpète Renson voltooide de uitbreiding van het abdijdomein in 1734 toen hij een deel van de heerlijkheid van Dorinne kocht, waarvoor hij hulp vroeg aan het hof van de prins-bisschop van Luik op 18 juni 1737. Dat was de zwanenzang van de feodale praktijken. Overigens op 9 februari 1737 verzochten de afgevaardigden van de geestelijke stand van het hertogdom van Luxemburg abt Renson om hen een opsomming van de bezittingen van de abdij in het hertogdom te overhandigen, met een specificatie van de toenmalige inkomsten. Het was de voorbode van de onderdrukking die religieuze gemeenschappen onder het Oostenrijkse bewind te wachten stond.

Augustinus Lambreck, opvolger van prelaat Renson, kreeg de leiding over de abdij op 23 oktober 1743. Bekend als een trouw bewaker van de religieuze discipline, droeg hij bij tot de versteviging van de band met de moederabdij van Floreffe. Hij zette het werk van zijn voorganger, bij wie hij architect was geweest, voort met het optrekken van een hoofdgebouw dat als devies “Pax huic domini 1747” droeg. Hij stierf op 13 december van hetzelfde jaar.

 

Ancienne prélature (façade de 1747)



[bijgewerkt op 28.10.05]

 

Nieuwsbrief

Om u aan de nieuwsbrief (in het Frans) van de abdij te abonneren, gelieve uw e-mail adres hieronder te schrijven:


inschrijven uitschrijven

Weet je dat?

Circarie

Tegenwoordig telt de orde zes circarieën: de Engelstalige circarie, de Boheemse, de Brabantse circarie, de Franstalige circarie, de Duitstalige circarie, de Hongaarse circarie. (lees verder)