Home > De Norbertijnen > Kanoniale leven
Het bezielende basishandvest van reguliere kanunniken ligt in de beschrijving van de primitieve Kerk van Lucas: “En de menigte van hen, die tot het geloof gekomen waren, was één van hart en ziel” (Hnd 4-32). Het doet er weinig toe of een dergelijke situatie wel of niet concreet en volledig gerealiseerd is in de primitieve Kerk: het belang voor de canoniale gemeenschap is het dynamisch model, het streven, een te bereiken doel. Zo legt Augustinus het uit in het begin van zijn Regel.
Door de geschiedenis heen hebben canoniale huizen in deze oproep tot gemeenschappelijk leven de ultieme betekenis van hun roeping gezien: één lichaam en één geest vormen. Het Tweede Vaticaanse Concilie heeft de Katholieke Kerk beschreven als een gemeenschap van Kerken, verenigd in de eucharistie: één enkel brood wordt één enkel lichaam; de Kerk wordt de eucharistie, en de eucharistie wordt de Kerk, in de lijn van de apostolische traditie, verzekerd door de gemeenschap van de bisschoppen. Wat de Kerken verbindt is dat wat zij gemeen hebben: het lichaam van Christus. Hierdoor wordt autarkie van christengemeenschappen onmogelijk. De aanwezigheid van leken rondom het altaar of in het koor samen met de kanunniken betekent dat de priesters de communie niet geven maar haar bedienen; de priesters maken niet de eucharistie, zij bedienen het sacrament. In een canoniale gemeenschap moeten zowel de getijden als de eucharistie zodanig worden gevierd dat de gelovigen er zich thuis voelen. Het volk van God moet op ieder moment toegang kunnen hebben tot de canoniale liturgie om het priesterambt uit te oefenen door God te loven, en door te vieren.
Het lichaam van de Kerk is niet anders dan het lichaam van de eucharistie, dagelijks, niet alleen tijdens de mis, maar de hele dag door in het broederlijke sacrament. Een broeder is een heiligdom en deze dimensie richt het hele leven van de canoniale gemeenschap op de behoefte aan waarheid. Het gemeenschappelijke dagelijkse leven wordt een echo van het sacrament van het altaar. De tarwekorrels, gemalen voor het eucharistiebrood, zijn een duidelijk beeld van de broederlijkheid die de reguliere kanunniken samen moeten beleven.
De gave komt duidelijk tot uiting bij de canoniale gelofte op het altaar van de Kerk waaraan de broeder zich geeft: de professie is een eucharistisch offer, een doop in de dood en de wederopstanding van Christus. “Dit heilig brood”, schrijft Augustinus, “herinnert eraan hoe zeer u de eenheid moet liefhebben. Is het brood gemaakt van één korrel? Bestaat het niet uit een groot aantal tarwekorrels? Maar voordat ze samen een brood vormden waren de korrels gescheiden. Het is het water dat ze verbindt, nadat ze zijn vermalen”.
De dagelijkse eucharistie is zo de bron en het hoogtepunt van de dag en de getijden worden het verlengde van deze terugkeer naar het centrale punt. In canoniale gemeenschappen zijn zowel het gemeenschappelijk leven als het gemeenschappelijk bezit, als het zich scharen rond de eucharistietafel bedoeld als een zichtbaar bewijs voor de wereld van de mogelijkheid het Lichaam van Christus te verwezenlijken.
[bijgewerkt op 03.11.05]
Om u aan de nieuwsbrief (in het Frans) van de abdij te abonneren, gelieve uw e-mail adres hieronder te schrijven:
De parochiedienst is gewoonlijk de meest opvallende karaktertrek van de norbertijnerstichting. (lees verder)
Wettelijke vermeldingen | Plan van de site | Administratie | Totstandkoming Artégo | RSS